Sportloketwestbrabant
‘Blijf op de hoogte van het allerlaatste nieuws rondom aangepast sporten!’

“Ik ben erop vooruitgegaan sinds ik roei.”

Thor Rijntjes over aangepast roeien

Geplaatst op 10-10-2017

Door Marius Aalders 

Iedere week, zo tegen 11 uur, gaan de hekken open van de roeivereniging en rijdt een busje het Victor Bernhardplein op. De achterklep gaat open en de lading wordt naar buiten gereden. Rolstoelhouder Thor Rijntjes (54) uit Zevenbergen, lid van de RV Breda, aan de rechterzijde goeddeels verlamd, arriveert voor zijn wekelijkse baantje. Hij weet zich daarbij gesteund door een ploegje van ongeveer acht vrijwilligers in het kader van het Aangepast Roeien (zie Easy All, nr. 205).

Intussen ligt de Steurgat al klaar, voorzien van boordriemen, stuurstoel, roertje en drijvers aan weerszijden. Thor wordt in zijn rolstoel naar het vlot gebracht en manoeuvreert zichzelf met behulp van een plank, aangebracht op de boorden van de Steurgat, naar het bankje, een immense inspanning, die hij echter volkomen zelfstandig verricht. De boeg en de stuurman/vrouw van dienst stappen in en het roeien kan beginnen.

Wat bezielt iemand om ondanks zijn verschrikkelijke handicap toch mee te willen doen aan een sport die ogenschijnlijk alleen voor lichamelijk fitte mensen is voorbestemd? Hier volgt het verhaal van Thor en zijn strijd tegen verloedering en eenzaamheid. 

“In 2006 gebeurde het. Ik was 43 jaar toen ik een CVA kreeg, zeg maar een herseninfarct. Gevolg: een rechtzijdige parese. Verlamming dus. Mijn beenfunctie was nog 60 procent, mijn armfunctie 30 procent. Ik moest revalideren. Mijn leven veranderde in één klap. Ik moest voor mezelf zorgen. Mijn vrouw kon het niet aan en scheidde van me. In het begin wilde ik nog aangepast autorijden, ja zelfs motorrijden, want dat was mijn grote hobby. Maar eigenlijk lukte dat niet goed meer. Toen ik thuis kwam van de revalidatie, heb ik een tijd lang op de motor zitten huilen.

In 2011 moest ik worden opgenomen in Tilburg voor een operatie, vanwege een groot aneurysma in de hersenen. Twee dagen later kreeg ik mijn tweede CVA, met als gevolg uitvallen van gehoor aan een oor en een spierverlamming in een oog. Mijn smaak was uitgevallen. Mijn fijne motoriek was aangetast.

In 2013 maakte ik een val en brak mijn heup. Daardoor is mijn rechterbeen twee timeter korter. Daarom moet ik op mijn voetenbord rechts een plankje onder mijn voet hebben. Het lopen is moeilijk. Ik ben aan mijn rolstoel gekluisterd. Ik kan niet meer schrijven. TV kijken is moeilijk. De beeldwisseling gaat te snel. Ik zie te weinig om te computeren, ook al heb ik aangepaste software. Gelukkig fungeert mijn iPhone als een secretaris. Ik dicteer al mijn e-mail mondeling. Met één commando verstuur ik sms’jes en whats-apps.

 

“ALS JE ALLEEN MAAR BEKIJKT WAT JE NIET MEER KUNT, DAN HEB JE GEEN LEVEN. DAN WORD JE EEN SACHERIJN.”

Door mijn zittend leven ontwikkelde ik een behoorlijk overgewicht. Ik woog 135 kilo. Ik had suikerziekte. Ook daartegen moest ik de strijd aanbinden. Het lukte me om 55 kilo af te vallen. Ik deed veel op de ergomceneter en ging naar de sportschool in Zevenbergen. Tegenwoordig heb ik van de 20 pillen, die ik kreeg voorgeschreven, er nog 5 over om in te nemen. De internist heeft gezegd, dat hij me voorlopig niet meer hoeft te zien. Ik merk dat ik sterker ben. Ook door het roeien. Dat is een positief punt. Als je alleen maar bekijkt wat je niet meer kunt, dan heb je geen leven. Dan word je een sacherijn. Er zijn er die de hele wereld de schuld geven van dat ze een handicap hebben. Zo iemand wil ik niet worden.


Daarbij komt, dat ik een vrouw heb gevonden die mijn leven ermet mij wil delen. Ze is 20 jaar ouder. Via intnet heb ik haar leren kennen. En we zijn inmiddels getrouwd. Zij verzorgt mij. Ze doet alles voor me. Dat maakt mij ook heel gelukkig.

En dan heb ik twee jaar geleden het roeien gevonden. Via het Sportloket van Breda kwam ik in contact met Richard Louwaard. Hij reageerde meteen en maakte een afspraak voor het roeien. Ik moest eerst roeien in de bak. Het was moeilijker dan ik dacht. Het vraagt een hoop techniek. Als jongen van 12 had ik bij de zeeverkenners geroeid. Maar dit is anders.

Ik ben gesteund door de hele ploeg, die met mij roeit. Daardoor heb ik steeds meer een vloeiende beweging gekregen. Van iedereen probeer ik wat op te pikken. Ik merk dat ik veel meer in balans kom in de boot. Langzaamaan leer ik steeds meer. Ik ben dan ook enthousiast over de begeleiding die ik krijg. De ploeg rouleert, zodat ik altijd met twee mensen kan roeien. Ik word in bepaalde dingen betrokken, zoals “alle jaardagen”, dinsdagmorgen. Het is goed geregeld door de club.

Naast het punt dat ik door het roeien in beweging ben en mijn lichaam steeds sterker wordt, is voor mij het sociaal verkeer zo belangrijk. Dat aspect wordt bij gehandicapten wel eens vergeten. Vooral ook, dat je wordt aanvaard, zoals je bent en niet wordt behandeld alsof je geestelijk niet meer in orde bent. Dat voel ik bij de mensen met wie ik roei heel sterk. Het feit dat er andere mensen zijn waarmee je kan communiceren, die naar je luisteren, dingen met je delen. Zonder dat is je wereld een stuk kleiner. Roeien is voor mij een uitkomst wat dat betreft. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik er op vooruitgegaan ben sinds ik roei.”

Bron: Easy All nr. 206 het clubblad van Roeivereniging Breda.

 

 

Alle nieuwsberichten